Sie sind hier:

Geschiedenis

Examentraining

De luisteramateur

Dutch QSL Bureau

De radiozendamateur

Internationale Morsecode

DX Weekend Luxemburg

Radiomarkt 'sHertogenbosch

Westfalenhallen Dortmund

Ham Radio Friedrichafen

DNAT Bad Bentheim

Excursie Flevo zender

PACC Contest

Activiteiten

Propagatie

Projecten

Radio Shack

DX-Cluster

Greyline

Allgemein:

Startseite

Voorwoord

Contact

Disclaimer

De Internationale Morsecode wordt, in die situaties waar morse nog in zwang is, vandaag de dag nog altijd gebruikt. Omdat het alleen afhankelijk is van een vast ongemoduleerd radiosignaal, vereist het minder apparatuur om morse te verzenden en te ontvangen dan andere vormen van radiocommunicatie en kan het gebruikt worden in situaties met een slechte signaal-ruisverhouding; het vereist bovendien heel weinig bandbreedte. Bepaalde gedeelten van het radiospectrum zijn gereserveerd voor de overdracht van morsesignalen, bijvoorbeeld voor de scheepvaart tussen 405 en 535 kHz met een noodfrequentie op 500 kHz.

Morse
Is een communicatiecode, bestaande uit met tussenpozen uitgezonden signalen, die letters, leestekens en cijfers representeren. De code werd in 1835 uitgevonden en ontwikkeld door Samuel Morse met het doel deze te gebruiken voor de telegrafie. Bij de telegraaf kon men alleen maar kiezen uit twee toestanden: sleutel naar beneden (= stroom) of sleutel niet bediend (= geen stroom) en tijdsduur (kort of lang). Telegrafie wordt algemeen beschouwd als een voorloper van de latere digitale communicatie.

De Nederlandse marine en luchtvaart heeft rond het jaar 2000 het morse officieel buiten gebruik gesteld voor radioverbindingen en vervangen door andere communicatiemethoden. Dit is gebeurd naar aanleiding van de wijziging van voorschriften van de internationale maritieme organisatie SOLAS. SOLAS vereist niet langer morsecommunicatie, maar in plaats daarvan het gebruik van VHF-apparatuur, HF-apparatuur en/of satellietapparatuur. Een groot voordeel is dat men geen marconist meer aan boord hoeft te hebben. Morse wordt nog wel gebruikt binnen de Koninklijke Marine (voor licht-morse communicatie) en bij radiozendamateurs.

Morsesignalen kunnen op verschillende manieren verzonden worden: als een audiosignaal, een vast radiosignaal dat aan en uit geschakeld wordt (bekend als 'continuous wave' of CW), een elektrische puls via een telegraafdraad, of als een mechanisch of zichtbaar signaal, zoals een seinlamp.

Er zijn twee soorten morsecodes gebruikt, elk met een verschillende set symbolen. De Amerikaanse morsecode werd oorspronkelijk gebruikt in telegrafische systemen over een telegraafkabel voor langeafstandscommunicatie. Later werd die vervangen door de veelgebruikte Internationale Morsecode.

Naast het gewone morse werd ook een uitgebreid commercieel codesysteem ontwikkeld, dat complete zinnen codeerde in groepjes van vijf letters elk. Telegrafisten kregen zo te maken met 'woorden' als BYOXO ("Are you trying to crawl out of it?"), LIOUY ("Why do you not answer my question?") en AYYLU ("Not clearly coded, repeat more clearly"). Het doel van deze codes was te besparen op de transmissiekosten. Voor met name het radio-verkeer werden Q-codes door de CCIRR gedefinieerd voor allerlei standaard vragen en antwoorden.

Daarnaast ontstond voor meer informele contacten samentrekkingen, vereenvoudigingen en afkortingen voor veel gebruikte termen. Vele ervan worden nu nog veelvuldig in met name Engelstalige landen gebruikt en op chatkanalen. Enkele voorbeelden zijn CU (see you), 73 (kind regards), FYI (for your information), 88 (love and kisses), TTYL (talk to you later), ANT (antennae), ham (Radioamateur), TOF (Try Other Foot, bij slecht seinschrift), CUAGN (see you again)....

Radioamateurs gebruiken ook nog altijd de 'Q-code'. Daarnaast is een systeem in gebruik voor service-informatie zoals de kwaliteit van de verbinding: RST (readability, signal and tone quality).

Timing en codering:
Morse kent twee symbolen: punten en streepjes, ofwel dits en dahs. De lengte van de 'dit' bepaalt de snelheid waarmee de boodschap wordt verzonden en wordt als 'eenheid' gebruikt. De snelheid van morsecode wordt uitgedrukt in woorden per minuut (wpm) en geeft aan hoe vaak het standaardwoord PARIS 1 minuut gezonden kan worden.

Het morsealfabet
De schema's hieronder, bedacht door Morses collega Alfred Vail, bevatten het alfabet, de cijfers, en enkele andere veel gebruikte tekens in morse: