Sie sind hier:

Radio Zendamateurrisme

Tekenen & Schilderen

Weeramateurisme

Paardesport

Volleybal

Allgemein:

Startseite

Voorwoord

Contact

Disclaimer

Het weer is het meest besproken onderwerp ter wereld. Valt er een stilte in een gesprek? Dan is het weer een dankbaar onderwerp. Er valt altijd wel iets te klagen: het is te droog, te nat, te warm, te koud of er staat teveel wind. Het weer betekent uiteraard iets heel anders voor een stedeling dan voor een boer. Ziet de een regen als slecht en naar weer dan zal de boer na een droge periode het hemelwater juist met gejuich begroeten.

Hoe zit dat eigenlijk dat weer

Voor mij als radioamateur is het weer een belangrijke factor. Het is vaak bepalend voor het wel of niet kunnen ontvangen van een ander radiostation. Ook voor de watersport/scheepvaart kunnen we uitvaren of kunnen we beter in de haven blijven liggen

Maar wat is het weer nu eigenlijk? De belangrijkste factoren voor ons weer zijn de zon en de atmosfeer. De atmosfeer beschermt de aarde tegen de uitersten in temperaturen als bloedheet en bitterkoud. Mensen ervaren het weer vooral in zichtbare en tastbare verschijnselen als wolkenformaties, neerslag, onweer en temperatuurverschillen. Want weet u hoe een wolk wordt gevormd? Of hoe een regendruppel ontstaat?

De menselijke belangstelling voor het weer is al heel oud en kwam vroeger voornamelijk voort uit noodzaak of practische overwegingen. Als het te lang droog was, smeekten de primitieve volkeren hun goden om hemelwater. Voor de kapitein van een zeilschip in de 17e eeuw kon windstilte of een flinke storm rampzalig en zelfs levensbedreigend zijn. Vandaag de dag is het niet anders: de mens is nog steeds afhankelijk van het weer, al lijkt dat niet zo met onze geautomatiseerde en geregelde wereld. Denk maar aan mislukte oogsten door extreme regenval. Ondanks alle uitvindingen hebben we daar nog niets op kunnen vinden. Met de natuur valt niet te spotten en het weer blijft moeilijk voorspelbaar.

Al in de oudheid hield men zich bezig met weervoorspellingen en metingen, zij het in onze ogen primitief. Medicijnmannen van primitieve volkeren en heksen in de Middeleeuwen hielden zich bezig met brouwsels, offers en regendansen om, via goden, een gewenste weersverandering te bewerkstelligen. De eerste mens die het weer wetenschappelijk benaderde was Aristoteles (384-322 v Chr.), die met zijn boek 'Meteorologica' de basis legde voor de wetenschap meteorologie ofwel weerkunde.

Vaak wordt de 17e eeuw, onterecht, aangewezen als het begin van de meteorologie, omdat toen de belangrijkste weermetingsinstrumenten als de barometer en de thermometer werden uitgevonden. Maar sommige instrumenten bestonden al eeuwen voordat ze, opnieuw, werden uitgevonden in de 17e eeuw! Zoals de regenmeter die al in het jaar 4000 voor Christus in India werd gebruikt en de windvaan die de oude Grieken al in Athene hanteerden.

De grootste ontdekkingen in de meteorologie gaan vaak samen met vooruitgang van de techniek en de expansiedrift van de mens. Zo verlangden de grote ontdekkingsreizen in de 17e eeuw meer kennis van de wind en de wereldzeeen. Immers, de kostbare ladingen uit de kolonien konden door het slechte weer op de bodem van de woeste zee verdwijnen! Door de opkomst van de burgerluchtvaart in het begin van de 20ste eeuw ontstond de behoefte aan kennis over de toestand van de verschillende, hogere luchtlagen.

Dat het vaak handing is om te weten wat voor weer het wordt, bewijst de geschiedenis in oorlogvoering. Het weer heeft in tijden van oorlog vaak een belangrijke rol gespeeld. Onze wereld van vandaag zou er heel anders uitzien als bepaalde grote veldheren de weersomstandigheden niet hadden gebruikt om de strijd te beslechten. De Germanen konden de Romeinen verslaan nadat hun strijdwagens onverwacht vastliepen in de modder van het natte Noorden. En zelfs Napoleon verslikte zich in de Russische winter. Het weer is onvoorspelbaar en voorspelbaar tegelijk.

Wat is het weer eigenlijk? Het weer is het resultaat van elementen als luchtdruk, neerslag en wind. Alle elementen hebben met elkaar te maken en beinvloeden elkaar onderling. De wind bijvoorbeeld beinvloedt de temperatuur en de vochtigheidsgraad. Maar vooral de oceanen en zeeen hebben een groot effect op het weer en de temperatuur in de wereld. Boven zee koelen immers de opgewarmde luchtstromen af en nemen vocht op. Natuurlijk is de invloed het beste merkbaar in landen die grenzen aan zee. Ook grote bergketens als de Alpen zijn van grote betekenis. Zij kunnen bijvoorbeeld wolken of luchtstromingen tegenhouden, waardoor er in een klein gebied grote verschillen kunnen ontstaan in weer en wind. Bovendien verandert het klimaat hoe hoger je komt. Daardoor kun je in sommige (sub)tropische landen genieten van een lekkere zomerse temperatuur op het strand of in de stad om vervolgens in de bergen te gaan skien.



de zon

De zon speelt een uitermate belangrijke rol in onze beleving van het weer.
De meeste mensen worden vrolijk als de zon schijnt en zonlicht is ook nodig voor de aanmaak van bepaalde vitamines in een mensenlichaam. Bovendien blijken mensen in perioden met weinig zon sneller moe te worden, humeuriger en eerder geneigd tot depressiviteit. De invloed van het weer op de mens en zijn leven is dus aanzienlijk. De zon is eigenlijk een ster en is met zijn hitte van plm. 5.000 C de belangrijkste bron van energie voor het leven op aarde. Zij staat zo ver van de aarde (149 miljoen km), dat het zonlicht er 8 minuten over doet om de aarde te bereiken! Deze afstand tussen aarde en zon is ver genoeg om leven op aarde mogelijk te maken. In dit verband speelt ook de positie van de zon en de dampkring een grote rol. De zon, de koningin der hemellichamen geldt sinds mensenheugenis als de meest betrouwbare weervoorspelster. Rijmpjes als 'Kring om de zon, regen in de ton' komen bijna altijd uit.

De kring om de zon ontstaat door lichtbreking in de hoge ijswolken op zo'n 10 kilometer hoogte. Bij een naderende depressie, en dus regen, ontstaat er eerst ijle en daarna dikkere bewolking, waardoor het zonlicht voor een kring kan zorgen. De aarde absorbeert plm. 50 pct. van alle zonne-energie. De rest wordt teruggekaatst en verstrooid door stofdeeltjes en kleine waterdruppels in de dampkring rond de aarde. Deze weerkaatsing op de vochtigheid in de lucht veroorzaakt de blauwe kleur van de lucht die wij waarnemen of de rode kleur bij zonsondergang. Er bestaan verschillende, soms tegenstrijdige volkswijsheden over het avondrood. 'Avondrood water in de sloot' wil het ene spreekwoord en een ander vertelt 'De avond rood,de morgen grauw, brengt ons het schoonste hemelblauw'. Het kleuren van de lucht komt door de lage zonstand. Het licht moet een langere weg door de atmosfeer afleggen waardoor een deel van het licht verstrooid wordt. Bij schemering worden de stofdeeltjes, veroorzaakt door o.a. luchtvervuilng in de atmosfeer rood verkleurd door de lage zon. Dit gebeurt juist bij warm en rustig weer en zal dus niet snel een regenbui aankondigen. Morgenrood daarentegen kondigt wel vaak regen aan, omdat het ontstaat door een teveel aan waterdamp in de lucht.

de dampkring

Naast de zon is vooral de atmosfeer of de dampkring een belangrijke factor in het weer.
De atmosfeer is de laag van gassen en waterdamp die de aarde omgeeft. Zonder deze dampkring zou leven op aarde onmogelijk zijn. Zo beschermt de atmosfeer de aarde tegen de schadelijke straling van de zon en tegen uitersten in temperaturen. Zonder dampkring zou de temperatuur overdag oplopen tot 80 graden C, en 's nachts tot min 140 C.

De dampkring bestaat uit verschillende lagen die belangrijk zijn voor het weer: zoals de stratosfeer en de mesosfeer.

Voor het weer is vooral de troposfeer van belang. Het is de onderste, dunne laag van de dampkring. Alleen in de troposfeer hangt waterdamp die van belang is voor de vorming van het weer, zoals onweer, wolkvormimg, sneeuw of storm.

de luchtdruk.

De kracht waarmee de atmosfeer alles op aarde omgeeft is de luchtdruk. De Franse natuurkundige Blaise Pascal (1623- 1662) noemde dit het gewicht van de luchtmassa om ons heen. Deze luchtdruk is heel belangrijk voor de weersvoorspelling, maar de mens merkt eigenlijk weinig van luchtdrukverschillen in het dagelijkse leven.

Weerkundigen praten altijd over hoge - en lage drukgebieden. Hoge- en lagedrukgebieden worden, simpel gezegd, veroorzaakt door o.a. temperatuurverschillen, de invloed van de oceanen en de beweging van de lucht uit de Poolgebieden en warme lucht van de gebieden rond de evenaar. Over het algemeen kan worden aangenomen dat een hoge luchtdruk zonnig en droog weer geeft en een lage luchtdruk storm en regen. Dit gaat echter niet altijd op.

wat is wind.

Wind is de lucht die stroomt van de plek met een hogere druk naar de plek met een lagere druk. Die luchtstroom kan bij een zuchtje blijven, maar zij kan ook uitgroeien tot de vernietigende kracht van een orkaan. Hoe groter het verschil is en hoe dichter deze drukgebieden bij elkaar liggen, hoe sterker de wind. Deze luchtdruk en de windsystemen kunnen een rustige, maar ook een heel onrustige wind veroorzaken, die het leven (vooral op het water) tot een hel maken. Een storm op zee kan het water opjagen over een afstand van duizenden kilometers en enorme golven veroorzaken, die als ze het land bereiken veel schade kunnen teweeg brengen.

paarde breedte.

Tot de stoom werd uitgevonden in de 19-e eeuw, waren de zeilschepen afhankelijk van windkracht. De handel en de welvaart van vele zeevarende naties waren toen sterk afhankelijk van het weer. Vandaar dat op de wereldkaart nog steeds namen terug te vinden zijn, die terugvoeren naar de tijd van de zeil- schepen. Zoals de 'Horse Latitudes', een gebied op 30-35 NB en 30-35 ZB, waar geen of weinig wind waait. Als een zeilschip het ongeluk had in zo'n lange windstilte terecht te komen, moesten uiteindelijk de paarden overboord gegooid worden om drinkwater te besparen. Vandaar de 'Paarden Breedte'

beaufort.

Gezien het belang van de wind voor de scheepvaart, is het niet verwonderlijk, dat het een zeeman was, die het eerste instrument uitvond voor het meten van de windsterkte: Admiraal Beaufort. De Schaal van Beaufort wordt nog wel gebruikt, maar heeft een nogal grove indeling. In 1846 werd de Windmeter, ofwel Anemometer, uitgevonden door Armstrong Thomas Romney, die de windsnelheid veel preciezer aangeeft. Nu weten we dat storm- achting weer met windkracht 8 een windsnelheid heeft tussen de 62 en 74 kilometer per uur en dat een orkaan met meer dan 120 kilometer per uur over het land of water raast.

wolken.

Een wolk is in feite een verzameling van uiterst kleine water of ijsdeeltjes en komt voornamelijk voor in de troposfeer. Deze luchtlaag kan veel vocht bevatten, die bij afkoeling veran- dert in waterdruppels of ijskristallen: een wolk! Boven de troposfeer, in de stratosfeer, zit vrijwel geen water en wolk- vorming is daarom op die hoogte uiterst zeldzaam. Als de lucht teveel waterdamp bevat, dus verzadigd is, 'condenseert' de lucht en vormt een wolk. Warme lucht bevat veel meer waterdamp dan koude lucht. De warme lucht stijgt op, koelt af en moet water- damp afstaan, omdat de koudere lucht die niet meer kan vast- houden. Deze kleine waterdeeltjes vormen een wolk, die we met het blote oog kunnen zien. Dit proces is in het klein waar te nemen bij kokend water in een fluitketel: de warme lucht stijgt op en koelt af. De overtollige waterdeeltjes zien we in de vorm van een wolkje.


parelmoerwolken

Alleen bij extreem lage temperaturen ontstaan op 20 tot 30 km hoogte wolken. Deze wolken zijn meestal prachtig van kleur en daarom worden ze parelmoerwolken genoemd. Ze zijn zo mooi gekleurd vanwege de heel kleine ijskristallen. Parelmoer wolken komen dus voornamelijk voor in die delen van de wereld waar het op grote hoogte erg koud is, zo'n -85 C. Ze komen b.v. voor in Groenland en Noorwegen, maar ook wel in Engeland. Ze zijn vooral te zien rond zonsopgang of ondergang en als er in de lagere lagen geen wolken zijn!

het haarlokje

Wolken zijn voortdurend aan verandering onderhevig door de wind en door de verschillende koude- en warme luchtlagen en hebben daarom een enorme verscheidenheid van vormen. De wolken danken hun benaming aan de Engelse apotheker Luke Howard. Hij deelde ze begin 19-e eeuw in en gaf hen Latijnse namen als Cirrus (haarlok), Cumulus (stapel) en Stratus (laag, deken). En afgeleide vormen met combinaties van die woorden als Cirrocumulus (fijne wolkplukjes) en Cirrostratus (doorzichtige wolkensluier). Dit systeem is later uitgebreid.

etage wolken

De wolken zijn ingedeeld naar de hoogte waar ze zich bevinden, varierend van zeeniveau tot zo'n 18 km. Er zijn drie 'etages' in de atmosfeer te onderscheiden. De Cirrus, Cirrocu- mulus en Cirrostratus bevinden zich in de bovenste etage (+/- 6-18 km hoogte). Altocumulus komt voor in de middelste etage (+/- 2-6 km hoogte). Zo ook de Altostratus, maar die reikt vaak tot grotere hoogten. De Stratocumulus, Stratus en Nimbostratus pakken zich samen in de onderste etage, tot +/- 2 km hoogte. De Cumulus en Cumulonimbus hebben hun basis in de onderste etage, maar kunnen wel tot de hoogste etage doorgroeien!

HOE ONTSTAAT REGEN.

Een wolk bevat hele kleine waterdeeltjes, maar dat zijn nog geen regendruppels. Regendruppels kunnen zich pas vormen als er vaste deeltjes in de wolk aanwezig zijn, zoutdeeltjes van verdampt zeewater, of grotere ijskristalllen en koolstofdeeltjes van de luchtvervuiling. Het vaste deeltje trekt een waterdeeltje aan en er vormt zich een kleine druppel. Sommige druppels voegen zich samen en worden op gegeven moment te zwaar om te blijven zweven op de stijgende luchtstroom in de wolk. Dan valt de regendruppel naar aarde. Een regendruppel in een flink onweer is veel groter dan de regendruppels in een miezerregentje. Dit komt doordat er veel meer beweging in een onweersbui zit en de regendruppel een paar keer door de wolk gejaagd wordt voordat hij naar beneden valt.

REGENBOOG:

Zo'n prachtige regenboog die we vaak zien tijdens een regenbuitje, ontstaat door de breking en de weerkaatsing van het zonlicht in de regendruppels. Slechts zelden zijn alle kleuren van de regenboog te zien: rood, oranje, geel, groen, blauw en violet. Ieder kent natuurlijk het fabeltje dat er een pot goud begraven ligt op de plek waar de regenboog in de bodem verzinkt. Er bestaan weinig 'volksvoorspellingen' die aan dit verschijnsel gekoppeld worden, al is het alleen maar omdat een regenboog een teken is van wisselvallig weer. Toch zijn de boeren soms blij met een regenboog, getuige het spreekwoord: 'Een regenboog in de vroege morgen, baart de wakkere boer veel zorgen. Een regenboog 's namiddags laat, hoe blijde hij ter ruste gaat'.

MODERNE REGENDANS:

Al eeuwen wil de mens het weer beinvloeden. Hele volkeren smeken om regen, maar de mens heeft het hier niet echt voor het zeggen. Met de wetenschap dat regen zich vormt door waterdeeltjes, probeert de mens dit proces soms te versnellen door vaste deeltjes boven de wolk los te laten. Hiervoor wordt bijvoorbeeld ijs of zilverjodide gebruikt. Deze techniek wordt wel in Rusland toegepast om het met belangrijke evementen droog te houden! Ook hagelbuien kunnen door het in de wolken schieten van kristallen minder heftig worden gemaakt, om bijvoorbeeld de druivenoogst te beschermen. Dit gebeurt wel in Italie, Frankrijk, de V.S en Australie. Het gebeurt echter nog maar op kleine schaal, omdat het erg kostbaar is en de uitkomst niet altijd zeker is.

HOE ONSTAAT ONWEER?

Een onweersbui ontstaat vaak uit donzige cumulus-wolkjes. Die kunnen veranderen in een grote massa onstabiele wolken met een enorme kracht naar boven toe. De toppen van de cumuluswolken kunnen daardoor uitgroeien tot in de hoogste 'etage' en zodanig afkoelen dat het aanwezige vocht verandert in ijs. De top wordt daarop een dunne, ijzige wolk in de vorm van een aambeeld. Dan is de wolk zo 'zwaar' dat er flinke buien uit vallen. In de atmosfeer heerst een meestal onmerkbaar elektrisch spanningsveld van positief en negatief geladen deeltjes. Door hoge wolkvorming kunnen de spanningsverschillen zo groot worden, dat er een ontlading volgt. De vonk (bliksem) springt dan over. Bliksem is de ontlading in de wolk zelf, tussen de wolken onderling en tussen de aarde en de wolk. De donder die we horen bij een onweersbui, wordt veroorzaakt door de plotselinge uitzetting van de lucht, die verwarmt wordt door de bliksem.

BLIKSEMAFLEIDERS VAN HET VOLK.

Niets spreekt zo tot de verbeelding als onweer en bliksem. Volgens de oude Grieken was het Jupiter die schichten naar de aarde slingerde, terwijl de Germaanse god Thor met zijn donderwagen over de wolken reed. De overlevering wil dat een blikseminslag in huis is af te wenden door doeken op de spiegels en het koper te hangen, zodat de bliksem niet wordt aangetrokken. Verder zou men het beste groene takken op het haardvuur kunnen gooien. De dikke rook zou voorkomen dat de bliksem in kon slaan! Ook zouden de aanwezigheid van mistletoe of bloedkoraal het gevaar afwenden. Bovendien bestaat er hier en daar nog het geloof dat je zelf niet door de bliksem getroffen wordt als je een brandnetel bij je draagt. Bepaalde volksrijmpjes suggereren dat het onder een eik slecht schuilen is, terwijl de beuk beschermend zou werken. 'Von den Eichen soll man weichen, nur die Buchen soll man suchen'. Helaas is dit maar schijn. Waarschijnlijk is die overtuiging ontstaan doordat een blikseminslag geen sporen nalaat op de schors van de beuk, terwijl dit wel het geval is bij een eik. Gelukkig worden er zelden mensen door de bliksem getroffen. Maar schuil nooit onder een goom! Ook niet als er mistletoe in hangt!

In het begin van de 19-e eeuw weigerden veel kerklieden bliksemafleiders te accepteren vanwege de religie. Immers, 'alle weer is God's weer'. Hierdoor is menig kerk afgebrand...





MIST EN SNEEUW.

Hoe geregeld ons bestaan ook is, hoe goed onze wegen en onze middelen van transport, de weersomstandigheden kunnen flink veel roet in het eten gooien. Sneeuwval, ijsafzetting, harde windstoten of een dichte mist kunnen het hele openbare leven lamleggen of op zijn minst behoorlijk vertragen.

HOE ONTSTAAT SNEEUW EN HAGEL?

De waterdeeltjes in de wolk veranderen bij een lage temperatuur in kleine ijskristallen. Bij temperaturen van enkele graden onder het vriespunt, klonteren de aangegroeide ijskristallen in de wolk samen tot sneeuwvlokken. Het kan zijn dat de vlokken onderweg naar de aarde het vriespunt weer passeren, dan smelten ze en worden het weer regendruppels! Een sneeuwvlok kan, onder de microscoop bekeken, vele verschillende vormen hebben. Hagelstenen zijn waterdeeltjes die een paar maal opnieuw zijn bevroren, doordat ze door de stijgende luchtstroom onder de wolk telkens opnieuw naar boven worden gevoerd. Ze ondergaan dan steeds weer de bevriezing en voegen zich samen met andere bevroren deeltjes. Daar ontstaan dan soms hagelstenen uit zo groot als duiveneieren.

HOE ONTSTAAT MIST?

Mist is een verzameling van uiterst fijne waterdruppeltjes, die in de lucht zweven en het zicht behoorlijk kunnen beperken. Mist ontstaat als de lucht veel waterdamp bevat en het aardoppervlak koud genoeg is. Voorwaarde is dat er niet te veel wind staat, anders wordt de mist weggeblazen. Daarom ontstaan dikwijls zogenaamde mistbanken op luwe plaatsen. WEERSVERANDERING. De uitdrukking 'Mist, vorst in de kist' kan op twee manieren uitgelegd worden. Het kan gelden als het vertrek van de winter: de vorst wordt opgesloten in de kist. Of juist het tegendeel, namelijk dat de mist als aankondiging van de vorst geldt. Meestal geeft de windrichting hierbij uitkomst. Een combinatie van mist en oostenwind brengt kou en vorst, terwijl zeewind warme lucht met zich meevoert en de vrieskou verdrijft. TEN SLOTTE. Dieren blijken ook uitstekende weervoorspellers te zijn, getuige de vele volksrijmpjes. We weten allemaal dat 1 zwaluw nog geen zomer maakt, dat kwakende kikkers regen voorspellen en dat boven land vliegende meeuwen een flinke storm aankondigen. Maar wist u ook dat een spin een goede meteoroloog is? Als zij haar web 's ochtends schudt wordt het een mooie dag, maar 'maakt de spin in het net een scheur, dan klopt de storm wind aan de deur'. Het verhaal wil ook dat een spin haar web verlaat en een nieuwe maakt als de wind gaat draaien. De haan is ook altijd een dankbare weervoorspeller geweest. Een vroeg kraaiende haan zou mooi weer aangeven, maar als hij overdag en 's nachts kraait gaat het regenen. Zodra het beest hevig klapwiekt, kunt u ook beter de paraplu tevoorschijn halen. Een varken met stro in de bek, is een voorteken van onweer, net als de bekende kleine vliegjes, de 'onweersbeestjes'.
(Bakker, Stassen en Hortico)



regenboog


MODERNE REGENDANS


Hoe zit dat eigenlijk dat weer